Bathse Archeologische Dienst
Verhalen uit de Bathse Polder
In het jaar des Heren: 21 maart 1026
In de mist kwamen ze aangevaren over dat kleine riviertje de Honte richting Bergen op Zoom, in de Nederzetting Antwerpen hadden ze het enige kerkje wat er stond leeggeroofd en platgebrand. De paar monniken die er rondliepen waren gevlucht of vermoord, onderweg hadden ze het een paar hutjes in de fik gestoken, de mannen afgeslacht en de vrouwen verkracht, deze Vikingen hadden weinig medelijden met de mensen die ze onderweg tegenkwamen.
Zeker niet de Verschrikkelijke Ivar Ragnarson en al zijn even angstaanjagende maar zeer knappe vrouw Sigrid, met zijn langschip en een bemanning van bloeddorstige Vikingen waren ze bijzonder succesvol en onoverwinnelijk.
Ivar Ragnarson was echter niet zoals ieder andere Viking. Lang geleden had hij een pact gesloten met de Noorse Goden en Godinnen die bij de mensen de levensdraad spinnen. In ruil voor zijn ziel had hij onbegrensde kracht en de eeuwige jeugd van een nietsontziende krijger gekregen, hij was onsterfelijk geworden.
Zijn mannen waren bang voor hem, maar aangetrokken door de rijkdom volgende ze hem blindelings, en ook deze rooftocht was weer zeer succesvol geweest, met hun langschip afgeladen vol met goud en zilver waren ze op weg terug naar Denemarken. Plots ging het mis, in een scherpe bocht kwam het schip op een zandbank tot stilstand en onmiddellijk werd het schip vastgezogen in de slik. Ergens in de mist hadden ze een verkeerde afslag genomen en waren ze in een wirwar van kreekjes terechtgekomen.
Daar kwamen ze tevoorschijn, de Zeeuwse Moerasbewoners, mensen die hier al eeuwenlang overleefde in de wirwar van slikken en schorren, wachtend op de kans om ieder die zich in de schorren waagde te overvallen.
Binnen enkele minuten werden de Vikingen afgeslacht, gedood met stenen, bijlen, pijl en boog.
Ivar en Sigrid waren de enig die nog over waren, de pijlen in zijn lichaam deerde hem niet, hij trok ze er een voor een uit, en de wonden genazen bijna direct. Maar ook al was hij onsterfelijk, Sigrid was dat niet, toen de moerasbewoners het schip in de fik staken zaten Ivar en Sigrid in de val en sprongen ze overboord, waar ze meteen in het slik kwamen vast te zitten.
De Zeeuwse Moerasbewoners waren bang, zoiets hadden ze nog nooit meegemaakt, de Viking leek niet dood te kunnen gaan, ieder wond toegebracht met pijl of bijl deed hem niets. Maar toen ze doorhadden dat hij nergens naar toe kon omdat hij steeds vaster in het slik kwam te zitten, begonnen ze hem te treiteren. Trokken ze Sigrid uit het slik en werd ze voor de ogen van Ivar mishandeld en misbruikt.
Ivar was woedend, maar hij kon niets doen, hoe meer hij zich probeerde te bevrijden, hoe verder hij werd vastgezogen, totdat hij tot aan zijn borst in het slik vastzat en niet meer verder wegzakte. Dagenlang zag hij hoe zijn Sigrid werd vernederd, net zolang totdat ze dood was, toen werd ze als een beest in het water geworpen, waarna ze met het getijde werd meegevoerd.
Gadegeslagen door Ivar haalde de Zeeuwse Moerasbewoners het goud en zilver uit het verbrande schip, maar nog steeds wisten ze niet wat ze verder met Ivar aan moesten, bang dat ze waren dat hij zich zou bevrijden. Besloten werd om hem te begraven in de slik, hopend dat hij daar eeuwig vast zou blijven zitten. Er werd een kist om hem heen getimmerd en bedekt met modder, plaggen en riet.
Woedend sloeg hij met zijn vuisten tegen de houten wanden van de kist waarin hij zat, opgesloten door die bewoners van dat kleine stukje moeras tussen de nederzetting Antwerpen en die paar hutjes van Bergen op Zoom.
Hij wist dat hij de rest van zijn lange, lange leven opgesloten zou zitten, treurende om de dood van zijn vrouw Sigrid, maar altijd hopend op een kans om zich te wreken op de bewoners van dit stukje moeras, slikken en schorren.
Eeuwen gingen voorbij, de loop van de Honte veranderde, de Oosterschelde en Westerschelde werden 2 verschillende rivieren, dijken en polders werden aangelegd, land werd opgespoten, dorpjes ontstonden en Antwerpen groeide uit tot een havenstad aan de Westerschelde. Langzaam maar zeker vervaagde de herinnering aan de Onsterfelijke en Verschrikkelijke Ivar totdat hij helemaal verdween uit de oude sagen en legende die werden opgetekend tijdens het ontstaan van de Bathse Polders.
Bericht uit de Zeeuwse Courant deze morgen.
Bericht uit de Zeeuwse Courant deze morgen 3 februari.
Mag ik u voorstellen aan Professor P. (Piet) Weijler (links) en zij assistent J. P. M. (John) van Gaans (rechts) samen hebben zij gestudeerd aan de Universiteit Zweinstein Faculteit Archeologie.
In het verleden hebben zij reeds de hele wereld rondgereisd, al lag hun interesse vooral in Zuid Oost Azië, waar zij diverse archeologische sites bezochten en opgravingen hebben begeleid.
Ergens in de jaren 90 van de vorige eeuw zijn ze elkaar uit het oog verloren, Piet is teruggekeerd naar Nederland, terwijl John nog een paar jaar in Azië is blijven hangen.
Groot was de verrassing dan ook, dat ze elkaar jaren later weer tegen het lijf liepen en allebei een huisje hadden gevonden in de polders van het Zeeuwse Bath. De archeologie en zwerversbestaan waren echter allang aan de kant geschoven en waren vervangen door verantwoordelijkheden van het moderne leven (vaste baan, hypotheek, gezin, belastingen).
Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en toen de verantwoordelijkheden wat minder werden zijn er, onder genot van een drankje, voorzichtig plannen gemaakt om hun oude “hobby” terug op te pakken.
Geregeld zullen er daarom op deze pagina updates over de voortgang van plannen worden gegeven en zal er wellicht ook hulp worden ingeroepen van de Bathse bevolking.




